De Roskam op Twitter    De Roskam op Facebook   

Paaskuikentje

Met het oog op Pasen had de wederhelft het lumineuze idee om ons oudste kleinkind Ollie – bijna twee – te laten zoeken naar verstopte paasitems. Het speuren naar geschikte waren werd door ons ondernomen en wel bij de plaatselijke tuinspullenboer. Overigens wordt het begrip tuinspullen daar ruim geïnterpreteerd, daar men er ook art-achtige troep en  diverse meubelstukken aantreft, wat detoneert tussen het groen – en geel.

Enfin, ergens in het Ikea-achtige g doolhof vond de eega tientallen bakken vol kleingoed, dat een bijna oneindige variatie vormde op het thema Pasen. Hoewel mijn vrouw een doorpakkerig type is dat niet van dralen houdt, krijgt zij in die tuinspullengigant een soort van afwezig waas voor haar ogen, waarbij  zij zo’n honderd items kleingoed opvist en deze aan een nauwkeurig onderzoek onderwerpt. Na ongeveer anderhalf uur, waarbij ik inmiddels, hangend over de winkelwagen, bijna in slaap viel, had zij iets van twintig dingetjes gescoord: fluwelen kuikentjes die blij uit een eveneens fluwelen ei keken, paashazenkopjes van katoen, diverse kleurige houten eieren en nog onnoemelijk veel van deze door manische paasontwerpers bedachte nonsens.

Toen wij eindelijk konden afrekenen constateerde de kassamedewerker droog dat bij één bleek geel kuikentje met een pluchen eierdeel op zijn koppie de prijs ontbrak. Deze omissie opende de poorten van de hel. De jongeman was onvermurwbaar en blijkbaar geïnstrueerd niets af te reken zonder een prijsindicatie, zelf als het hier ging om iets van een euro. Hij nam een foto van het achterlijke product en stuurde dit naar collega’s die zich ergens op de paasafdeling zouden ophouden. Terwijl de rij voor de kassa allengs groter werd, groeide het besef dat geen enkele medewerker van zins was een pluchen kuikentje te gaan zoeken in zo’n 40 bakken aan variaties op het onderwerp: klein poepig paaskuikentje.

Ten slotte rende de wederhelft naar de paasafdeling, scoorde een soortgelijk kuikentje-met-eierdopje waar wel een prijs op stond, De kassaman was hysterisch blij, in de rij van dertien wachtenden  klonk een luid gejuich en ik vervloekte het paasgebeuren.

Ollie gaat zich straks een dagdeel lang het apenzuur zoeken.

Erik Endlich

Struikelblok

Naar het schijnt komt de bejaarde mens eerst in aanmerking voor hulp als blijkt dat deze zich kan oprichten, dat wil zeggen, de bejaarde, niet de hulp. Het oprichten is niet bedoeld in sensuele zin, maar letterlijk: je struikelt en daardoor lig je plat op de grond. Er is niemand in de buurt behalve wellicht een eventuele partner, die hardhorend is of klust of erger: een combinatie daarvan. Dan lig je dus amechtig op de vloer en geen levende ziel helpt je overeind.

De overheid biedt gelukkig hulp. Althans is van oordeel dat ouden van dagen zichzelf moeten kunnen helpen. Vanzelfsprekend is er een programma bedacht dat naar het schijnt “Powerful Aging” heet en oude vellen (excusez les mots) moet helpen naar volledige zelfredzaamheid. De vraag is natuurlijk of hulp dan nog nodig is: deze stellen is tevens beantwoorden. Overigens vind ik dat een oefening in opstaan slechts een pover begin is. Er dienen meer grenzen te worden verlegd.

Daar het in huishoudens van geringe omvang dikwijls sprake is van veel rotzooi en dus hindernissen, is het dunkt mij zinvol ook hierin te voorzien. Als looptrainer stel ik volgaarne een programma samen, waarbij een hindernisparcours centraal staat. Dat het eerste begin voorzichtig is spreekt voor zich: een enkele stofzuigerslang, een vallend kussen, etenswaren, incontinentiemateriaal. Wie zonder kleerscheuren of gebroken botten de finish haalt, mag door naar het zogeheten “Master-niveau”. Hierbij ligt er iemand op de grond waarover heengestapt moet worden, terwijl een agressieve hond gemeden wordt en post op de deurmat dient te worden opgeraapt.

Ten slotte: begin hier vroeg mee. Wie zich als zestiger oefent, zal bij 80plus bedoelde taken schaterend verrichten. U kunt zo ver gaan als u belieft. De eega en ik bijvoorbeeld haken elkander zonder waarschuwing, waarbij de bedoeling is zo snel mogelijk weer in de benen te zijn. Voorzichtigheid is evenwel geboden. Vorige week stak ik vanachter de open deur van het toilet een been uit, waarover de wederhelft viel – en ongelukkigerwijs met haar lip tegen de deurkruk beukte.

Gelukkig was het met drie hechtingen klaar. De relatiebreuk zal echter meer tijd in beslag nemen.

Erik Endlich

Tubbergen wint titel Fietsgemeente 2026

Tubbergen: Fietsen door het Twentse landschap, veilig naar school of ontspannen een rondje door het dorp. In Tubbergen is het voor veel inwoners heel vanzelfsprekend. En dat blijft niet onopgemerkt: de gemeente Tubbergen is door fietsers uitgeroepen tot Fietsgemeente 2026 en daarmee de beste fietsgemeente van Nederland.

Meer dan 40.000 fietsers gaven in het landelijke onderzoek van de Fietsersbond hun mening over het fietsklimaat. De gemeente Tubbergen kwam daarbij als winnaar uit de bus.

Volgens de Fietsersbond scoort de gemeente vooral hoog op het zogenoemde fietsgeluk. Fietsers waarderen het rustige karakter van de gemeente, de veilige routes en het mooie landschap. Op dit onderdeel behaalde Tubbergen zelfs een 4,7 op een schaal van 5. Uit reacties van deelnemers blijkt hoe prettig fietsers het in Tubbergen vinden:

‘Tubbergen is een rustige gemeente waar alles goed geregeld is en bewoners flexibel en geduldig zijn.’
‘In de hele gemeente Tubbergen kun je heerlijk fietsen. Echt de moeite waard.’

Ook het goede onderhoud van fietspaden en het ontbreken van obstakels, zoals paaltjes, dragen bij aan het positieve oordeel van fietsers. Daardoor ervaren veel mensen het fietsen in Tubbergen als rustig, veilig en ontspannen.

Wethouder Bekhuis van Tubbergen is trots op de titel: ‘Wij weten natuurlijk hoe mooi onze gemeente is, maar het is geweldig dat fietsers dat ook zo ervaren. Of je hier woont of hier een dagje komt genieten: Tubbergen is een heerlijke plek om op de fiets te stappen. Deze titel helpt daar zeker bij.’

De titel Fietsgemeente 2026 onderstreept ook de aantrekkingskracht van Tubbergen voor recreanten. De gemeente staat bekend om haar afwisselende landschap, rustige wegen en aantrekkelijke fietsroutes.

‘In 2011 waren we al Wandelgemeente van het jaar en nu zijn we Fietsgemeente 2026. Dat draagt zeker bij aan het toerisme. Het is hier prachtig en je kunt hier heerlijk recreëren en fietsen’, aldus wethouder Bekhuis.

Vrienden

Je leest het vaak in de sectie “overleden”: een trits vrienden die onder de annonce afscheid nemen. Het zijn er soms wel zestig of meer. Roerend, maar tevens bekruipt mij de gedachte hoe de persoon die ging hemelen bij leven druk was met al die personen. Mij dunkt dat je al die verjaardagen af moest, bij het eigen verjaren een zaaltje diende te huren en daarbij ook nog aanhang en familie van betrokken uit elkaar moest houden. Het zou mij een gruwel zijn.

Zelf heb ik slechts enkele vrienden. Dat is overzichtelijk en de eigen tijd kom slechts sporadisch in de gevarenzone. Dat vind ik een belangrijk gegeven: mogelijk is er een verband met de lichte vorm van autisme die, zo oordeelt de eega, aan mijn karakter kleeft. Hoe het ook zij: ik kan mij verkneukelen bij het besef dat ik weken heb zonder enige verplichting met betrekking tot derden. De familie uitgezonderd, maar die is klein en overzichtelijk.

Waar ik wel in grossier zijn kennissen. Daar ben ik dol op. Je kunt er namelijk zonder dralen bij weglopen. Niemand doet daar moeilijk over en dat is het prettige van vluchtige contacten. Zo geef ik drie keer per week training, al decennia achtereen. Ik geloof, gelet op de omvang van de groepen, dat men mijn optreden apprecieert. Sterker: ook na de training blijf menigeen in de kantine hangen en wordt er druk gekeuveld. Soms gaat het over politiek, filosofische onderwerpen worden niet geschuwd en zelf persoonlijke ontboezemingen – steeds vaker van geneeskundige aard – passeren de revue. Dan, als bij toverslag, staan we tegelijk op en gaat ieder zijns of haars weeg. We zien elkaar slechts weer een week later, tijdens de volgende training.

Dat is heerlijk. Men beleeft de geneugten van een prettig gezelschap, zonder de besognes die met vriendschap verband houden. Wie vanwege een blessure of ziekte verstek moet laten gaan, krijgt een kaartje. Vooruit: de ongelukkige die “de klompen achteruit zet” mag verzekerd zijn van onze aanwezigheid tijdens de uitvaart. Het is een dun lijntje, maar we gaan niet in de krant staan. Dat is voor de vrienden.

Erik Endlich

Woesteling

Helaas gaat er geen dag voorbij of er is wel een geweldenaar die een ander een langdurig ziekenhuisverblijf bezorgt – of erger. Een paar dagen geleden was een dergelijke woesteling op een parkeerplaats bij een nabij gelegen winkelcentrum, waar wij wekelijks komen. Het vinden van een plek om de auto daar te parkeren is geen sinecure. Omdat een supermarkt en diverse welkbekende outletboeren daar een vestiging hebben, komt iedereen met de auto teneinde de kofferbak vol te laden met leeftocht en meuk.

Wij hebben in wanhoop wel eens diverse rondjes gereden langs schier oneindige rijen geparkeerd blik totdat iemand de indruk gaf de boodschappen gescoord te hebben en derhalve op het punt stond zijn of haar parkeerplaats prijs te geven. Hoe wanhopig kan een mens zijn wanneer je merkt dat de eigenaar van het vehikel vervolgens uitgebreid gaat pielen met een mobieltje en dus een kwartier roerloos in de auto blijft zitten.

Enfin: de ochtendkrant meldde dat iemand eindelijk een vacante plek zag, de richtingsaanwijzer bediende teneinde zijn bedoeling duidelijk te maken – totdat de eigenaar van een hufterbak de man voor was en brutaalweg het parkeervak bezette.

Vervolgens deed de ongelukkige achterblijver iets wat hem, achteraf beschouwd, ernstig is opgebroken. Hij verliet zijn nog draaiende auto, stapte af op de brutale chauffeur die zojuist zijn ongetwijfeld gepimpte auto had verlaten en riep geëmotioneerd dat hij zich ongepast had gedragen. Daarna werd onze gefrustreerde bestuurder ernstig in elkaar geramd. Gebroken oogkas en blijvend verlies van zijn gehoor, mede omdat hij schoppen tegen zijn hoofd kreeg. De woesteling bleek een kickbokser te zijn en werkzaam in de beveiliging. Dat laatste inmiddels niet meer: hij is ontslagen.

De vraag is: is het zaak dit schorem schouderophalend en dus gelaten hun gang te laten gaan? Of laten u en ik ons niet koeioneren door het rapaille?

Ik opteer voor het laatste. Maar niet na minstens drie jaren achtereen een boksschool te hebben bezocht.

Erik Endlich

Deel dit nieuws!