De Roskam op Twitter    De Roskam op Facebook   

Tubbergen wint titel Fietsgemeente 2026

Tubbergen wint titel Fietsgemeente 2026

Fietsen door het Twentse landschap, veilig naar school of ontspannen een rondje door het dorp. In Tubbergen is het voor veel inwoners heel vanzelfsprekend. En dat blijft niet onopgemerkt: de gemeente Tubbergen is door fietsers uitgeroepen tot Fietsgemeente 2026 en daarmee de beste fietsgemeente van Nederland.

Meer dan 40.000 fietsers gaven in het landelijke onderzoek van de Fietsersbond hun mening over het fietsklimaat. De gemeente Tubbergen kwam daarbij als winnaar uit de bus.

Volgens de Fietsersbond scoort de gemeente vooral hoog op het zogenoemde fietsgeluk. Fietsers waarderen het rustige karakter van de gemeente, de veilige routes en het mooie landschap. Op dit onderdeel behaalde Tubbergen zelfs een 4,7 op een schaal van 5. Uit reacties van deelnemers blijkt hoe prettig fietsers het in Tubbergen vinden:

“Tubbergen is een rustige gemeente waar alles goed geregeld is en bewoners flexibel en geduldig zijn.” “In de hele gemeente Tubbergen kun je heerlijk fietsen. Echt de moeite waard.”

Ook het goede onderhoud van fietspaden en het ontbreken van obstakels, zoals paaltjes, dragen bij aan het positieve oordeel van fietsers. Daardoor ervaren veel mensen het fietsen in Tubbergen als rustig, veilig en ontspannen.

Wethouder Bekhuis van Tuvvs trots op de titel: “Wij weten natuurlijk hoe mooi onze gemeente is, maar het is geweldig dat fietsers dat ook zo ervaren. Of je hier woont of hier een dagje komt genieten: Tubbergen is een heerlijke plek om op de fiets te stappen. Deze titel helpt daar zeker bij.”

De titel Fietsgemeente 2026 onderstreept ook de aantrekkingskracht van Tubbergen voor recreanten. De gemeente staat bekend om haar afwisselende landschap, rustige wegen en aantrekkelijke fietsroutes.

 “In 2011 waren we al Wandelgemeente van het jaar en nu zijn we Fietsgemeente 2026. Dat draagt zeker bij aan het toerisme. Het is hier prachtig en je kunt hier heerlijk recreëren en fietsen”, aldus wethouder Bekhuis. 

Vrienden

Je leest het vaak in de sectie “overleden”: een trits vrienden die onder de annonce afscheid nemen. Het zijn er soms wel zestig of meer. Roerend, maar tevens bekruipt mij de gedachte hoe de persoon die ging hemelen bij leven druk was met al die personen. Mij dunkt dat je al die verjaardagen af moest, bij het eigen verjaren een zaaltje diende te huren en daarbij ook nog aanhang en familie van betrokken uit elkaar moest houden. Het zou mij een gruwel zijn.

Zelf heb ik slechts enkele vrienden. Dat is overzichtelijk en de eigen tijd kom slechts sporadisch in de gevarenzone. Dat vind ik een belangrijk gegeven: mogelijk is er een verband met de lichte vorm van autisme die, zo oordeelt de eega, aan mijn karakter kleeft. Hoe het ook zij: ik kan mij verkneukelen bij het besef dat ik weken heb zonder enige verplichting met betrekking tot derden. De familie uitgezonderd, maar die is klein en overzichtelijk.

Waar ik wel in grossier zijn kennissen. Daar ben ik dol op. Je kunt er namelijk zonder dralen bij weglopen. Niemand doet daar moeilijk over en dat is het prettige van vluchtige contacten. Zo geef ik drie keer per week training, al decennia achtereen. Ik geloof, gelet op de omvang van de groepen, dat men mijn optreden apprecieert. Sterker: ook na de training blijf menigeen in de kantine hangen en wordt er druk gekeuveld. Soms gaat het over politiek, filosofische onderwerpen worden niet geschuwd en zelf persoonlijke ontboezemingen – steeds vaker van geneeskundige aard – passeren de revue. Dan, als bij toverslag, staan we tegelijk op en gaat ieder zijns of haars weeg. We zien elkaar slechts weer een week later, tijdens de volgende training.

Dat is heerlijk. Men beleeft de geneugten van een prettig gezelschap, zonder de besognes die met vriendschap verband houden. Wie vanwege een blessure of ziekte verstek moet laten gaan, krijgt een kaartje. Vooruit: de ongelukkige die “de klompen achteruit zet” mag verzekerd zijn van onze aanwezigheid tijdens de uitvaart. Het is een dun lijntje, maar we gaan niet in de krant staan. Dat is voor de vrienden.

Erik Endlich

Woesteling

Helaas gaat er geen dag voorbij of er is wel een geweldenaar die een ander een langdurig ziekenhuisverblijf bezorgt – of erger. Een paar dagen geleden was een dergelijke woesteling op een parkeerplaats bij een nabij gelegen winkelcentrum, waar wij wekelijks komen. Het vinden van een plek om de auto daar te parkeren is geen sinecure. Omdat een supermarkt en diverse welkbekende outletboeren daar een vestiging hebben, komt iedereen met de auto teneinde de kofferbak vol te laden met leeftocht en meuk.

Wij hebben in wanhoop wel eens diverse rondjes gereden langs schier oneindige rijen geparkeerd blik totdat iemand de indruk gaf de boodschappen gescoord te hebben en derhalve op het punt stond zijn of haar parkeerplaats prijs te geven. Hoe wanhopig kan een mens zijn wanneer je merkt dat de eigenaar van het vehikel vervolgens uitgebreid gaat pielen met een mobieltje en dus een kwartier roerloos in de auto blijft zitten.

Enfin: de ochtendkrant meldde dat iemand eindelijk een vacante plek zag, de richtingsaanwijzer bediende teneinde zijn bedoeling duidelijk te maken – totdat de eigenaar van een hufterbak de man voor was en brutaalweg het parkeervak bezette.

Vervolgens deed de ongelukkige achterblijver iets wat hem, achteraf beschouwd, ernstig is opgebroken. Hij verliet zijn nog draaiende auto, stapte af op de brutale chauffeur die zojuist zijn ongetwijfeld gepimpte auto had verlaten en riep geëmotioneerd dat hij zich ongepast had gedragen. Daarna werd onze gefrustreerde bestuurder ernstig in elkaar geramd. Gebroken oogkas en blijvend verlies van zijn gehoor, mede omdat hij schoppen tegen zijn hoofd kreeg. De woesteling bleek een kickbokser te zijn en werkzaam in de beveiliging. Dat laatste inmiddels niet meer: hij is ontslagen.

De vraag is: is het zaak dit schorem schouderophalend en dus gelaten hun gang te laten gaan? Of laten u en ik ons niet koeioneren door het rapaille?

Ik opteer voor het laatste. Maar niet na minstens drie jaren achtereen een boksschool te hebben bezocht.

Erik Endlich

Draank

Draank

Hoesdokter Koos van der Burgh zea ooit: “Iemand van de krant moet nooit drinken op gemeentelijke recepties.” En doar zit wat in. Leu met nen borrel op, zengt teegn journalisten de meest oongelukkige dinge. Nit allene in Riessen. Ook in ’n Haag. Of ze gedreagt zich ampart. Ze gooit in Brussel asbäkke duur de roeten.

At een beweendspersoon of gezagsdreager met draank op wordt an-eheuldn, dan krig det in de media breed andacht. Mear tot vuur kort stapten hoaste alleman achter ’t steur met een stuk wat borrels in ’n kraagn. En nóg: mangs fiets ik langs hele gezellige lokaliteiten met grote auto’s vuur de dure. ’s Aandersmoarns zeent alle auto’s vot en ’t preuflokaal löag. Gin mens hef nen taxi loatn kommen. Mear jea, a’j ne dikke bekuring makkelijk köant betaaln, woerumme zo’j dan nen taxi nemmen?

Ik zir nit principieel teegn draank. Mear tied en moate zeent belangriek. Iej köant ook gewoon niks nemmen. Mear a’j op ne gemeentelijke receptie roondloopt met een glas spa rood, goat z’oe oet de weg. Dan zi-j jums spelbrekker. Alleman neamp wat en iej nit. Woerumme zol’e det doon? Ik har ooit bedach: een groot wienglas met rivella en spa blaauw. Dét zut ‘r oet as “droge witte” en iederene dut wier normaal. Wal extra vervelend at ‘r dan leu zeent dee ’t alcoholslot der of hebt. En a’j zelf alcoholvriej dreenkt, is det juust extra oargerlijk.

Ik veende ’t ne hele goo zaak det roadsleden met mekoar eawen gezellig doot, noa ne roadsvergadering of ne commissie. Vroger wa’k doar jeugdig fanatiek op teegn. Dreenken op kösten van de gemeenskop… Mear ik zee det toch aanders. Doo’j oew roadswoark serieus, dan kost ’t minstens 20 uur in de wekke. Wil iej geeld verdenen, dan kö’j better 20 uur hen beunhazen goan. Dus den borrel noa de vergadering brech der de deurte nit an. Én het brech wat aanders op: de roadsleden sprekt mekoar, boeten zicht van de camera’s, as gewone leu oonder mekoar. Ne hele vruchtboare sfeer um mekoar écht te zeggen wa’j van mekoar veendt. Ik wee zeker det dit de polletiek good dut: reknge hoolden met mekoar. Dét is democratie.

En den van de kraante mut noa de vergadering metdreenken of dreks op ’t hoes op-an.

Gerrit Dannenberg

Hoge Hexel centraal in 71-ste editie van Ronde van Overijssel

Hoge Hexel heeft dit jaar een speciale rol tijdens de Ronde van Overijssel op zaterdag 2 mei. Het is in deze 71e editie het Dorp van de Ronde. Daarom is een speciale premiesprint boven op de es. Ook is het gastheer van het populaire wielercafé.

Hoge Hexel brengt sinds de vorige Ronde van Overijssel warme gevoelens boven. Het peloton werd tijdens de passage begroet door luid klokgelui en een enthousiaste mensenmassa langs de route. De 180 wielrenners waanden zich even in Alpe d’Huez tijdens de Tour de France.

Het is in Hoge Hexel wielrennen wat de klok slaat. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat hier de wieg stond van de onvergetelijke wielerheld Jos Lammertink (1958-2024). Het dorp is in 2025 en 2026 de plek voor de regionale kampioenschappen tijdrijden en de ploegentijdrit voor de sponsoren van de Ronde van Overijssel. 

,,Het is dan ook zeer logisch dat Hoge Hexel dit jaar het Dorp van de Ronde is' zegt koersdirecteur Theo de Rooij.

Traditiegetrouw wordt in het Dorp van de Ronde het wielercafé gehouden. Dat is op donderdag 23 april in het pas vernieuwde Kulturhus. De organisatie belooft enkele bijzondere gasten om de wielerkoorts flink aan te wakkeren. 

Tijdens de wielerklassieker op zaterdag 2 mei is in Hoge Hexel een bijzondere premiesprint, zegt De Rooij. ,,Dat is bijna op de helft van de 180 kilometer lange wedstrijd. Dat zal naar verwachting een prachtige sprint opleveren. Hoge Hexel, klein op de kaart, groot in de koers!”

 

Deel dit nieuws!