Techneuten
Ooit heeft een test uitgewezen dat ik empathisch ben. Dat idee had ik zelf ook, hoewel mijn eega bij herhaling tegenbewijs levert. Fijntjes wijst zij op vergeten verjaardagen en onze trouwdag, dat ik dikwijls niet luister naar haar uiteenzettingen en wanneer ik lees al helemaal niets van mijn omgeving meekrijg. Meesmuilend reageert de buitenwacht op mijn veronderstelling dat er ook autistisch-empathische types bestaan.
Hoe het ook zij, mijn empathie of inlevingsvermogen strandt waar het techneuten betreft. Dat is een beroepsgroep, die ik maar niet kan doorgronden. Het is een mysterieuze club van lieden, die in staat zijn tot het verrichten van handelingen waar ik met diepe bewondering naar kan kijken. Dat komt ook, omdat ik de basale klussen die een gemiddelde huishouding draaiende houden slechts met grote inspanningen tot een soort van einde kan brengen. Boekenplankjes en lampen aanbrengen: het is allemaal niet heel scheef maar wel een beetje, zodat het belletje van de waterpas net tegen het eerste streepje zit.
Zo niet de vakmens, die wij inschakelen als er iets groot of technisch moet worden geïnstalleerd. Zij prutsen wat aan wand of plafond, onderwijl keuvelend met ons klanten en na een paar mokken koffie is de klus geklaard en voor geen verbetering vatbaar.
Lastig wordt het bij grotere opdrachten, zoals een hardhouten garagedeur of het van extra groepen of zo voorzien van de meterkast. Dan worden er vragen gesteld als: “Wilt u een kort verstek vanaf het bovenlicht met een freesnaad tot aan de onderste regel?” Het beste is deze ondoorgrondelijke mededeling met een frons op het voorhoofd en een wijsvinger langs de wang te laten bezinken, om dan te reageren met: “Mmmm, niet gek, maar wat vindt u?” Niet zelden reageert de techneut met zoiets als: “Het kan natuurlijk ook met een taps verloopstuk bij de zijkanten zodat de naad wegloopt.”
Dat weglopen van een naad komt mij als een ongelukkig gegeven voor, zodat ik op de gok voor de eerstgenoemde onderste regel opteer. “Dan haal ik even de kantelschaver op, meneer!”
Ik snap die gasten niet.
Erik Endlich


